Wanneer gaat de telefoon?
Bel maar, bel maar, bel maar…
Mijn kleine experiment (zie de vorige blogpost) heeft veel moois opgeleverd! Ik heb een heleboel vragen gekregen waar ik antwoord op mag en wil geven. Ik heb iedereen persoonlijk geantwoord, en ga verder alle vragen verwerken in allerlei posts op de website!
De eerste ‘vraag van de week’ komt van Ank. Dank, Ank, voor deze mooie voorzet om wat meer te vertellen over mijn eerste van zeventien banen!
“Kun je wat meer vertellen over baan 1? Bijvoorbeeld: wat zij je ervaringen? Hoe intens is deze baan? Heb je wel eens gedacht: ik zou er na 1 jaar mee door willen gaan of misschien juist: ik stop ermee?”
Naar aanleiding van deze vraag ben ik aan het schrijven gegaan. Hieronder mijn antwoord.
Hoe het begon
Ongeveer een jaar geleden zat ik voor het eerst bij Harry in zijn kantoor, te praten over mijn wilde plan: ik wil graag uitvaartverzorger worden, en ik wil graag bij jou werken. Na enige reserve van zijn kant zei hij ja, en op 30 juni zat ik samen met hem, zijn collega’s Tea, Look en Merel aan de grote tafel in Norg. De theorie die toen in vlot tempo werd behandeld is in de maanden daarna praktijk geworden. Ik ben nu echt uitvaartverzorger en mag zelfstandig (met Harry en Tea natuurlijk op de achtergrond) uitvaarten doen. En ik vind het fijn om te doen!
Waarom deze baan heel erg goed bij mij past
De eerste, meest in het oog springende kant van het werk is natuurlijk het begeleiden van de familie. Ik probeer zoveel mogelijk aan te sluiten bij hun dynamiek en daarin mee te bewegen. De ene familie is chaotisch, de ander druk, de derde kalm en bedaard, de volgende wil vooral de details op orde. Alles is goed – het is hun afscheid en hun proces. Ik houd de structuur en de tijd in de gaten, daar zit het ontzorgende aspect van mijn werk, maar probeer vooral te zien welke emoties er spelen en wat ze nodig hebben om op een goede manier afscheid te kunnen nemen.
De andere kant van het werk is het organiseren. Ook daarin leef ik me lekker uit! Ik houd privé niet zo van bellen, zeker niet voor mezelf – ben vaak bang dat ik ongelegen bel, of dat iemand eigenlijk geen zin heeft me te spreken. Als uitvaartverzorger daarentegen heb ik geen enkele schroom. Ik bel vanuit mijn rol en voor degene die aan de andere kant van de lijn zit is dat (ook) een vanzelfsprekendheid. Binnen no time is alles op orde; zo nodig app of mail ik de details door. Heel ingewikkeld is het meestal ook niet, we weten allemaal wat ons te doen staat.
Het is wonderbaarlijk hoe in zo’n korte tijd (meestal een week) een band ontstaat tussen mij en de familie. Zelfs de overledene, die ik meestal niet gekend heb, wordt voor mij een bekende, door de verhalen die ik hoor en de foto’s die ik zie. Het is een cadeau om zo dichtbij dat moment te mogen zijn! (ik krijg kippevel nu ik het schrijf). Ik ga van iedere familie een beetje houden, en tijdens de plechtigheid zit ik meestal met een glimlach op mijn gezicht te genieten van hun proces. Deze emotie had ik eerlijk gezegd niet verwacht – ik dacht dat ik eerder mee zou gaan in hun verdriet. Dat gebeurt (tot nu toe) niet, ik voel vooral respect en trots. En ik ben blij dat ik onderdeel mag zijn van iets dat groter is dan mijzelf.
Waarom deze baan toch niet bij mij past
Er is echter ook een minder fijne kant aan het werk: heel vaak zit ik te wachten op een telefoontje. Wachten op de dood. Het voelt iedere keer weer raar om te zeggen, maar dat is wel wat het voor mij is. Ik wacht tot er iemand dood is, dan heb ik weer werk – en ook weer inkomen.
Helaas wacht ik op dit moment heel erg veel. Dat valt me vies tegen. Ik had gedacht (en gehoopt) ondertussen wel één tot twee uitvaarten per week te kunnen doen, en als zelfstandige (die betaald krijgt per uitvaart) heb ik dat ook wel nodig om mijn bijdrage aan onze gezamenlijke financiële pot thuis te kunnen leveren. Mijn spaargeld is bijna op, en tot nu toe lijkt er nog weinig verbetering in de situatie te zijn.
Niet alleen de financiële kant is lastig, ook emotioneel valt het wachten me zwaar. Ik heb genoeg te doen naast het uitvaartwerk. Toch kwam ik in het najaar tot weinig. Mijn heerlijke gele stoel was een te makkelijke plek om in weg te zakken, mijn tablet met spelletjes, streamingdiensten en youtube lag te dichtbij, en mijn aandacht en energie werden via het scherm mijn lijf uitgetrokken tot er weinig meer overbleef dan een slappe huls.
Joost had het gelukkig in de gaten, eerder dan ik zelf. En hij zie iets ‘simpels’, wat een game changer bleek te zijn: wat nu als je niet een uitvaartverzorger bent die af en toe kunst maakt, maar een kunstenaar, die af en toe een uitvaart doet?
Simpel, toch? Geen rocket science ofzo. Had ik zelf ook kunnen bedenken… maar deed ik niet. En het effect van deze ‘simpele’ omkering verraste me enorm: ik ging weer aan de slag met kunst maken – en ook met al die andere dingen die ik graag doe: theater, klussen, en zelfs het huishouden doe ik weer met meer energie! (nou ja, met mate, hoor – nog steeds niet mijn favoriete lievelingshobby 😊 ).
Nu ben ik weer een stuk actiever, vul m’n dagen weer meer in met wat ik graag wil doen, in plaats van te zitten afwachten tot ik misschien gebeld word. Mijn inkomen is wel nog steeds een probleem. Ik ben nu aan het nadenken over alternatieve inkomensstromen, en daarover volgt vast binnenkort meer.
Blijf ik uitvaartverzorger?
Zou ik dit werk langer willen doen dan een jaar? Bij de start van mijn experiment heb ik met mezelf afgesproken dat ik regelmatig bij mezelf na ga of ik nog steeds op het juiste spoor zit. In de loop der jaren heb ik geleerd dat mijn rationele brein een sterke stem heeft en vaak mijn emotionele brein tekort doet. Dit hele 17-banenplan is bedoeld om beter te leren luisteren naar mijn gevoel / intuïtie en zo ook meer werk te doen dat past bij wie ik ben. Ik ben al lang genoeg bezig geweest met wie ik zou moeten zijn…
Op dit moment, nu het wat wiebelig is qua werk, houd de ‘wel/niet doorgaan vraag’ me erg bezig. Ik vind het werk mooi om te doen, het spreekt mijn talenten aan en past goed bij me. Tegelijkertijd lijkt het me het niet verstandig (financiëel en qua gemoedstoestand) om te blijven doen wat ik nu doe. Het dilemma: wil ik verder investeren in deze baan of is het tijd om verder te gaan kijken. De komende weken hoop ik antwoord te vinden op deze vraag. Ik kom erop terug!